Twee opvallende beroepszaken na UWV- procedure

Het gaat om een herstel van de arbeidsovereenkomst, nadat werknemer was opgezegd met toestemming van UWV en waarbij de werknemer geen verweer had gevoerd. In het andere geval was het de werkgever die in beroep ging omdat UWV de toestemming weigerde, op grond van een onjuiste toepassing van het afspiegelingsbeginsel. Ondanks dat de rechter de werkgever wel kon volgen in de door de werkgever toegepaste afspiegeling ging werd toch niet ontbonden.

Casus 1

In deze casus heeft de werkgever een werknemer die werkzaam is als schadebehandelaar opgezegd met toestemming van het UWV, op de grond dat de werkzaamheden door technische en organisatorische wijzigingen zodanig gereduceerd zijn/ worden dat de arbeidsplaats van medewerker komt te vervallen. In de UWV procedure heeft de werknemer geen verweer gevoerd. De werknemer is op 17 december 2016 door werkgever schriftelijk opgezegd met ingang van 1 februari 2016.

Vervolgens heft de werknemer in april 2016 een verzoek ingediend bij de rechtbank om werkgever te veroordelen om de arbeidsovereenkomst te herstellen en subsidiair tot veroordeling tot betaling van een billijke vergoeding.

Volgens de werknemer is er geen sprake van een structurele afname van de werkzaamheden en heeft de werkgever daarvoor ook geen feitelijke onderbouwing aangedragen. Kort gezegd komt de rechter tot dezelfde conclusie. Het blijkt dat de werkgever niet in staat is overtuigend bewijs te leveren voor zijn stelling dat het werk voor de werknemer vermindert. Omdat de redelijke grond ontbreekt, herstelt de rechter de arbeidsovereenkomst per 1 februari 2016.

Aan het tweede (subsidiaire) verzoek van de werknemer om hem een billijke vergoeding toe te kennen als de rechter de arbeidsovereenkomst niet zou herstellen, kwam niet meer aan bod. De werknemer vond dat hij eventueel recht zou hebben op een billijke vergoeding omdat de werkgever zich onredelijk en ernstig verwijtbaar zou hebben gedragen vanaf de aankondiging van het ontslag. De werknemer was volgens zijn zeggen onder druk gezet omdat hij binnen een week een vaststellingsovereenkomst moest ondertekenen. Hij wist niet zo snel te reageren, waarna de werkgever het ontslagverzoek indiende bij UWV, waarmee hij alle vertrouwen in de werkgever verloor. Bron: ECLI:NL:RBNHO:2016:8196

Het herstel van de arbeidsovereenkomst heeft voor de werknemer nog een belangrijk gevolg, namelijk het terugbetalen van de transitievergoeding.

Wat valt op in deze zaak?

  • Een werknemer die in eerste instantie geen verweer voert, kan in de beroepsprocedure wel inhoudelijk verweer voeren en daarin worden gehonoreerd met als gevolg herstel van de overeenkomst of als herstel niet in de rede ligt onder toekenning van een extra billijke vergoeding, naast de transitievergoeding.
  • De uitspraak werd gedaan 14 juni 2016. Door het herstel per 1 februari 2016 uit te spreken, moest de werkgever alsnog loon betalen over de periode 1 februari 2016 tot en met 14 juni 2016.

Casus 2

Bij de werkgever, een middelgrote autodealer- onderneming, is een rationalisatie/reorganisatie proces van de bedrijfsvoering gaande en worden diverse veranderingen doorgevoerd, waaronder sluitingen en samenvoegingen van organisatie-onderdelen en de invoering van nieuwe functies en competentieprofielen.. Medio december 2015 wordt er een wijziging doorgevoerd in de werkverdeling tussen de 5 medewerkers die werkzaam zijn als medewerker op de financiële administratie. Vanaf die tijd is er een onderscheid naar de functie van allround financieel administratief medewerker (2 medewerkers) en de functie van financieel administratief medewerker (3 medewerkers). Het onderscheid is geformaliseerd, dat wil zeggen de medewerkers hebben hun nieuwe functieomschrijving en competentieprofiel ontvangen en voor akkoord getekend.

Omdat er niet genoeg werk is voor 2 allround medewerkers, dient de werkgever op 29 maart 2016 een ontslagaanvraag in voor een van de allround medewerkers. De werknemer met het kortste dienstverband wordt voorgedragen. Deze werknemer werkt 30 uur per week.

Nadat de werkgever een toelichting heeft gegeven op de inhoud van de 2 financieel administratieve functies, komt UWV tot de conclusie dat er onvoldoende onderscheid is tussen de functies en dat beide functie in de afspiegeling hadden moeten worden betrokken. Beide functies vormen volgens UWV een categorie uitwisselbare functies. Nu dat niet is gebeurd, kan UWV haar toestemming niet verlenen.

De werkgever heeft nog toegelicht aan UWV dat bij toepassing van het afspiegelingsbeginsel over alle 5 arbeidsplaatsen, de voorgedragen werknemer ook dan in aanmerking zou moeten worden gebracht. Volgens de werkgever bestaat de leeftijdsgroep waartoe werknemer behoort in dat geval uit 3 personen. De derde werknemer is later in dienst getreden als de voorgedragen werknemer, maar zou niet in aanmerking worden gebracht omdat de derde werknemer arbeidsgehandicapt is. Dit betoog mocht werkgever niet baten.

Op 14 juni 2016 weigert UWV haar toestemming. Vervolgens gaat de werkgever op 17 juni 2016 in gesprek met de werknemer die voor ontslag was voorgedragen. De werkgever wil de organisatiewijziging op de afdeling financiële administratie zaken niet terugdraaien. Wel kan werkgever aan de werknemer een andere passende functie worden aangeboden, namelijk die van medewerker centrale verkoop administratie. Een alternatief is volgens de werkgever om de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen.

Op 7 juli 2016 laat de gemachtigde van de werknemer aan werkgever weten, dat de werknemer nog geen voorstel voor een beeindingsoverenkomst heeft ontvangen en dat daarop wordt gewacht. Ook stelt de gemachtigde van de werknemer, dat de werknemer zich het recht voorbehoudt om de eigen functie op te eisen.

Daarop reageert de werkgever op 8 juli 2016 met een bericht, waarin de werknemer wordt nogmaals wordt uitgelegd, dat de aangeboden functie op de verkoopadministratie passend is en dat werkgever niet genegen is om een vaststellingsovereenkomst te maken. De werknemer wordt op 11 juli 2016 om 7.30 uur op kantoor verwacht om aan het werk te gaan als medewerker verkoopadministratie.

Op 11 juli 2016 meldt de werknemer zich op kantoor om haar oude functie te hervatten. Maar dat staat de werkgever niet toe. De werknemer keert onverrichter zake naar huis. Nog diezelfde dag claimt haar gemachtigde werkhervatting in de oude functie en laat verder weten een gerechtelijke procedure te zullen starten tot weder te werkstelling.

Daarop stelt de werkgever een vacature voor de functie van medewerker verkoopadministratie open met als reactietermijn 22 augustus 2016.

Op 25 juli 2016 richt de arbeidsrechtadvocaat van de werkgever een ontbindingsverzoek aan de rechtbank. Primair op grond van bedrijfseconomische redenen, onder toekenning van een transitievergoeding (ca. € 26000). Subsidiair op de redelijke grond van een verstoorde arbeidsverhouding.

In beroep bij rechter

Volgens de werkgever heeft UWV de ontslagvergunning ten onrechte geweigerd, omdat de twee functies niet uitwisselbaar zijn. Ook als ze wel uitwisselbaar zouden zijn, dan dient werknemer in aanmerking te worden gebracht om dat de werknemer met het koste dienstverband in de leeftijdsgroep arbeidsgehandicapt is. Voorts heeft werknemer ten onrechte de passende vacante functie op de verkoop administratie niet geaccepteerd, althans heeft de werknemer zich niet uitgelaten of deze bereid is om die functie te accepteren met een beroep op een ten onrechte geweigerde toestemming van UWV. Werkgever kan niet wachten met het vervullen van die functie en heeft al iemand op het oog die zal worden aangenomen.

Daarbovenop komt volgens werkgever de verstoorde arbeidsrelatie. Door de weigerachtige houding van de werknemer is de arbeidsverhouding zodanig verstoord dat van de werkgever niet veracht kan worden om het dienstverband te laten voortduren.

De beoordeling door de rechter

Deze gaat in zijn beoordeling als volgt te werk.

Bedrijfseconomische redenen

Eerst beoordeelt hij of sprake is van bedrijfseconomische omstandigheden, die een verval van de arbeidsplaats rechtvaardigen. Daarvan is volgen de rechter sprake.

Vervolgens is de vraag aan de orde wat de uitwisselbare groep van functies is. Anders dan UWV komt de rechter tot de conclusie dat er wel sprake is van onderscheiden functies, die niet tot één uitwisselbare groep gerekend kunnen worden. De allround medewerker heeft extra/zwaardere taken, extra competenties en de beloning is onderscheidend hoger (18 % hoger loon). Dit betekent dat de werkgever het afspiegelingsbeginsel juist heeft toegepast.

De mogelijkheid tot herplaatsing

Partijen zijn het erover eens dat de functie op de verkoopadministratie passend is. Dat de werknemer de aangeboden passende functie op de verkoopadministratie heeft geweigerd staat volgens de rechter niet vast. Als dat al zo zou zijn, dan kan die weigering volgens de rechter niet los gezien worden van de beslissing van UWV, op basis waarvan de werknemer op goede gronden het recht claimde om weer aan het werk te kunnen als allround financieel administratief medewerker. Die wens kan volgens de rechter niet worden gezien als een ondubbelzinnige weigering de aangeboden functie te aanvaarden.

Ook houdt het argument van de werkgever niet dat de functie al vergeven is aan een ander. Ook al is er al een geschikte kandidaat gevonden, dan nog ontslaat dat volgens de rechter de werkgever niet van de plicht om te bezien of herplaatsing mogelijk is en daaraan heeft de werkgever volgens de rechter tot dan toe niet genoegzaam voldaan.

Het verzoek tot ontbinding op bedrijfseconomische redenen, moet dan ook volgens de rechter worden afgewezen.

Beoordeling verstoorde arbeidsrelatie

Volgens de rechter kan de werknemer geen verwijten worden gemaakt m.b.t. het ontstaan van problemen in de arbeidsrelatie. Dat het gedrag van de werknemer frustraties en ergernis heeft veroorzaakt bij de werkgever is denkbaar, maar mag de werknemer niet kwalijk worden genomen. Van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsrelatie is volgens de rechten dan ook geen sprake. Volgt ook afwijzing van het ontbindingsverzoek op deze grond.

Bron:     ECLI:NL:RBROT:2016:7541

Wat valt op in deze zaak?

  • De werkgever maakt een onderscheid tussen functies die er eerst niet was en besluit vervolgens tot het vervallen van arbeidsplaatsen.
  • Van UWV is bekend dat zij in dergelijke situaties niet snel bereid is aan te nemen dat sprake is van onderscheiden functies; Ook in deze casus komt UWV tot de conclusie dat het niet het geval is ofwel doorgestoken kaart is.
  • Het is ook opmerkelijk dat de werkgever niet zelf in staat was duidelijk te maken welke UWV niet kon overtuigen op basis van argumenten, terwijl het eigenstandig onderzoek van de rechter wel leidde tot de conclusie dat de functies niet uitwisselbaar zijn.
  • De werkgever en werknemer frustreren elkaar over en weer, nadat UWV haar toestemming weigerde; de gemachtigden blijken niet in staat partijen op een lijn te krijgen.
  • De casus wekt de indruk dat de in het arbeidsrecht gespecialiseerde gemachtigde van de werkgever, niet de juiste regie heeft gevoerd en zich te zeer heeft laten leiden door de wensen en frustraties van de werkgever/opdrachtgever
  • Opmerkelijk is ook, maar wel te verwachten, dat de rechter een zeer kundig oordeel heeft gevormd.

De les die uit deze casus valt te leren: WWZ- ontslagrecht is weerbarstig voor de werkgever in het geval van regie- en inhoudelijke fouten. Dus niet maken en denken dat je ermee weg komt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *