Uitleg over Nieuwe regels (aanvullend) Geboorteverlof

Per 1 januari 2019 zijn de wettelijke regeling Kraamverlof (2 dagen) en de regeling van 3 dagen ouderschapsverlof, in de eerste 4 weken na de thuiskomst, vervallen.
Hiervoor in de plaats komt het wettelijk recht op (aanvullend) geboorteverlof voor de partner/werknemer na de bevalling van de partner.

Geboorteverlof

Het nieuwe verlof recht bestaat in de eerste plaats uit een onvoorwaardelijk geboorteverlof met behoud van loon, ter grootte van 1 x de wekelijkse arbeidsduur.
Het verlof kan naar de wens van de werknemer worden opgenomen in de eerste 4 weken te rekenen vanaf de eerste dag na de bevalling.

Attentiepunten:

Het recht op dit geboorteverlof is er voor kinderen die op of na 1 januari 2019 zijn geboren.
Het is een onvoorwaardelijk recht, dat wil zeggen dat de werknemer kan bepalen op welke dagen en werktijden hij dit verlof wil genieten. De werkgever moet de verlof aanvraag toestaan.
Als het dienstverband binnen de termijn van 4 weken eindigt en als alle verlofrechten nog niet zijn genoten, kan de werknemer de resterende verlofrechten opnemen bij de nieuwe werkgever, zolang de termijn van 4 weken nog niet is verstreken.
Op verzoek van de werknemer moet de oude werkgever een schriftelijke verklaring genoten verlofrechten afgeven aan de werknemer.
Als er in de cao of een regeling met de ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegen-woordiging (PVT) afwijkende afspraken staan over het kraamverlof, dan blijven deze afspraken gelden totdat de cao of regeling is verlopen. Dit geldt uiterlijk tot 1 juli 2019.

Aanvullend geboorteverlof

Nadat het geboorteverlof met behoud van loon in de 4-weken periode na de bevalling is opgenomen door de werknemer, ontstaat een recht op aanvullend geboorteverlof. Het aanvullend geboorteverlof bedraagt ten hoogste 5 gehele weken, gebaseerd op de arbeidsduur per week.
Het aanvullende geboorte verlof moet worden opgenomen in een periode van 6 maanden, gerekend van de eerste dag na de bevalling.
De werknemer die gebruik maakt van zijn recht op aanvullend geboorteverlof, heeft recht op een uitkering van het UWV, ter hoogte van 70% van het voor de werknemer geldende dagloon en met een maximum van 70% van het maximumdagloon.
De werkgever moet de uitkering voor de werknemer bij UWV aanvragen en ervoor zorgen dat er sprake is van een rechtmatige aanvraag. Ten einde de administratieve laste te beperken moet de aanvraag in een keer gedaan worden: voorafgaand, tijdens of na afloop van het aanvullend geboorteverlof.
Er komt nog een procedure aanvraag, controle en toekenning. In de praktijk zal het er volgens de regering op neer komen, dat de werkgever de uitkering aan de werknemer voorschiet en op een later tijdstip ontvangt van het UWV.
Voor het geval UWV al uitkeert, terwijl het aangevraagde verlof niet is genoten, of als achteraf blijkt dat de uitkeringsaanvraag onrechtmatig was, moet de werkgever het te veel betaalde terugbetalen aan UWV.

Let op: De regeling aanvullend geboorteverlof gaat pas per 1 juli 2020 in en dat betekent dat deze van toepassing wordt als de bevalling op of na 1 juli 2020 heeft plaatsgevonden.

Melding opname (aanvullend) geboorteverlof

  • Volgens de wet moet de werknemer zijn voornemen op het (aanvullend) geboorteverlof op te nemen ten minste 4 weken voor het tijdstip van ingang van het verlof schriftelijk of elektronisch aan de werkgever kenbaar maken en daarbij vermelden:
    In welke periode
  • Het aantal gehele weken (aantal weken x wekelijkse arbeidsduur)
  • De spreiding van het verlof over de week/ weken.

De werknemer mag dus het geboorteverlof over meer dan 1 week en het aanvullend geboorteverlof over meer dan 5 weken verspreiden, maar moet zich wel aan de termijn van 4 weken, respectievelijk van 6 maanden houden.
Als het niet mogelijk is de verlofmelding tijdig te doen, bijvoorbeeld vanwege een vroeggeboorte, moet de werknemer het verlof zo vroeg mogelijk melden aan de werkgever.
De werknemer kan de tijdstippen van ingang en einde van het verlof afhankelijk stellen van de datum van de bevalling en voor wat betreft het aanvullend geboorteverlof ook afhankelijk stellen van het einde van het bevallingsverlof.
Het aanvullend geboorteverlof betreft een voorwaardelijk recht op verlof, wat inhoudt dat de werkgever de invulling van het verlof om zwaarwegende bedrijfs-of dienstbelangen kan wijzigen tot twee weken voor het tijdstip van ingang van het verlof.
Net als voor de eerste week geboorteverlof geldt de regel dat bij uitdiensttreding nog niet genoten verlof, kan worden opgenomen bij de nieuwe werkgever van de werknemer, maar dat moet dan wel binnen de termijn van 6 maanden. Op verzoek van de werknemer moet de oude werkgever een verklaring genoten verlof opstellen.

Langer adoptie- en pleegzorgverlof

Een andere maatregel is, dat het adoptie en pleegzorgverlof wordt uitgebreid van 4 naar 6 weken. Deze uitbreiding moet ingaan voor situaties waarin de adoptie of pleegsituatie per 1 januari 2019 is ingegaan.
Met deze wijziging wordt de hechtingsperiode bij adoptie gelijkgesteld aan de hechtingsperiode van 6 weken, zoals die van toepassing is in het extra geboorteverlof.